Alles over cycli: van je eigen menstruatie tot de seizoenen en de maancyclus

Zowat iedere vrouw krijgt ermee te maken: haar menstruatiecyclus. Anders dan mannen, wiens hormonen in vergelijking lineair zijn in plaats van cyclisch, schommelt het bij de hormoonhuishouding van de vrouw iedere maand op en neer. Veel vrouwen zien dit als iets negatiefs: de periode net voordat je ongesteld wordt ben je door de hormonen in je lijf sneller prikkelbaar, somber of onzeker. Wat veel mensen niet weten, is dat je je cyclus ook in je voordeel kunt laten werken!

Laten we, om dat te begrijpen, uitzoomen van de menstruatiecyclus naar de cycli die we in de natuur terugzien. De vier seizoenen, bijvoorbeeld. Ieder jaar opnieuw wordt het vanzelf weer zomer, herfst, lente en winter. Denk eens aan boeren die gebruik maken van de jaargetijden om op het perfecte moment hun gewassen te planten en oogsten. Of wat dacht je van de maancyclus, die net als de menstruatiecyclus iedere maand weer opnieuw begint? Het is geen vreemd idee om te onderzoeken of deze cycli invloed hebben op jouw eigen gemoedstoestand, er zijn zelfs mensen die zweren bij een fenomeen genaamd cycle syncing en hun leven inrichten rondom hun eigen menstruatiecyclus.

Menstruatiecyclus en cycle syncing

Onze maatschappij is op een lineaire manier ingericht, dat betekent dat er van ons verwacht wordt dat we op iedere dag in de maand hetzelfde zouden moeten kunnen doen. Mensen die veel ‘last’ hebben van hun hormoonschommelingen tijdens hun menstruatie, weten echter dat je op sommige dagen niet vooruit te branden bent en andere dagen juist het gevoel hebt dat je de hele wereld aankunt. Als je met een slimme manier omgaat met deze kennis, kun je je leven dus inrichten op een manier dat deze hormoonschommeling in je voordeel werkt. Om dit te begrijpen, is het goed om te weten uit welke fases je menstruatiecyclus bestaat:

De menstruatie, die duurt meestal tussen de drie en zeven dagen. Dit wordt ook wel de winter van de cyclus genoemd. Daarna volgt de pre-ovulatiefase van zeven á tien dagen, de lente van de cyclus. Uiteindelijk begint de ovulatie, die drie tot vier dagen duurt: de zomer van de cyclus. Tot slot is er nog de pre-menstruatiefase, de ‘herfst’, die aanhoudt tot de cyclus weer opnieuw begint met de menstruatie.

Mensen die last hebben van een winterdip- of depressie snappen wellicht waarom de verschillende fases van de menstruatie gekoppeld worden aan de seizoenen: tijdens je menstruatie kun je prikkelbaar, somber of onzeker zijn, in de lente/pre-ovulatiefase begin je weer lekkerder in je vel te zitten en in de zomer/de ovulatiefase voel je je op je best.

Als je je eigen cyclus kent, kun je gebruik maken van de hormonen die opspelen tijdens de verschillende fases. Bijvoorbeeld door je fysieke activiteit aan te passen naar je cyclus: tijdens je menstruatie kun je beter geen intensieve sport beoefenen, maar is het wel slim om aan yoga en ademhalingsactiviteiten te doen. Deze fase leent zich ook perfect voor lange wandelingen. Tijdens de pre-ovulatie kun je het niveau wat opkrikken: de ‘lente’ is een mooie fase om te dansen, fietsen of wat intensievere wandelingen te maken. Tijdens de ovulatie heb je veel energie en kracht, dus is dit het perfecte moment voor high intensity intervaltraining, krachttraining of intensieve cardio. Zodra de pre-menstruatie begint, is het verstandig om de intensiteit weer wat af te bouwen, en bijvoorbeeld een lesje pilates of poweryoga te volgen.

Maankalender

Naast de menstruatiecyclus en de jaargetijden, speelt zich iedere maand nog een belangrijke cyclus af, namelijk de maancyclus. Iedere maand krijgen we opnieuw te maken met een volle maan én een nieuwe maan. Sommige mensen ervaren tijdens een volle maan onrust en versterkte emoties. Een nieuwe maan staat juist weer voor een nieuw begin, en sommige mensen ervaren dan ook een energieboost tijdens deze periode.

Ben jij al bezig met hoe verschillende cycli uit de natuur jouw leven beïnvloeden? Laat het weten in een reactie!

Read more

Omgaan met budget

Money makes the world go round, maar af en toe is het knap lastig om ermee om te gaan. ‘Maakt geld gelukkig?’ is een enorm persoonlijke vraag, maar één ding is zeker: te weinig geld hebben kan al snel zorgen voor stress en frustratie. Met mijn budget-tips krijg je meer grip op waar je geld naartoe gaat en zorg je ervoor dat je een gezonde mindset hebt als het gaat om geld!

Het klinkt simpel, maar in de praktijk is het maken van een budget én je eraan houden, vaak een stuk lastiger. Maar zoals bij zoveel dingen geldt ook hier: oefening baart kunst. Begin klein, je hoeft echt niet vanaf dag één alles tot je laatste cent te budgetteren. Op mijn website kun je alvast deze handige budgetplanner downloaden om mee aan de slag te gaan.

Tip 1: Maak een budget

Schets aan het begin van de maand eerst je verwachte inkomsten. Denk aan je loon, toeslagen of bijdrages van je familie. Rond je inkomsten altijd af naar beneden, zo voorkom je tegenvallers. Schets daarna je uitgaves. Heb je nog geen plannen voor deze maand? Probeer dan in te schatten hoe vaak je ongeveer wat doet en rond het geschatte getal naar boven af. Zo ga ik niet vaker dan 1x per weekend iets doen. Dit schat ik op €50 per dag, omdat het meestal minder is. Je kunt ook beginnen met eerst een maand of twee al je uitgaves bij te houden, voordat je een budgetplan maakt. Zo weet je precies waar je je geld aan uitgeeft en krijg je een goed overzicht van je geldgewoontes. Als laatste trek je jouw totale uitgaven af van je totale inkomsten. Heb je een negatief saldo? Ga dan na of je meer kunt en wil werken of dat je in je uitgaves gaat minderen.

Nu je een budget hebt, is het natuurlijk zaak dat je je hieraan houdt. Dat kan vooral in het begin erg lastig zijn. De volgende apps en tools kunnen je een handje helpen bij het bijhouden van je budget:

App: Grip

Handige app die je inzicht geeft over je geldzaken, een soort digitaal huishoudboekje.

Game: Fortune City

Een minigame waarbij je een stad kan bouwen door het bijhouden van je geldbalans.

Tool: Budgetplanner van Peaks

Een vooraf vormgegeven Excel-sheet waar je makkelijk al je inkomsten en uitgaven invoert.

Tip 2: Geef geen geld uit dat je niet hebt

Het kan zo verleidelijk zijn: nu alvast die schoenen of spelcomputer kopen en betalen met Klarna, Afterpay of PayPal. Je loon wordt toch binnenkort weer gestort op je rekening, en je krijgt ook nog eens geld terug van de belastingdienst! Toch is het niet verstandig om geld uit te geven waar je nog niet écht over beschikt. Rekenfouten zijn snel gemaakt en er kunnen altijd onvoorziene uitgaves op je pad komen.

Tip 3: Haal je winst met boodschappen doen

Boodschappen zijn een kostenpost waar iedereen mee te maken krijgt. En je kunt misschien wel meer besparen dan je denkt! Deze variabele uitgave kan snel hoog oplopen wanneer je zonder plan de supermarkt binnenwandelt en maar gewoon koopt waar je op dat moment zin in hebt. Maak altijd eerst een lijstje en probeer je maaltijden bijvoorbeeld een week vooruit te plannen, zodat je zo min mogelijk ingrediënten nodig hebt. Haal groente en fruit op de markt en zorg dat je basisproducten zoals pasta, rijst en kruiden standaard in huis hebt.

Tip 4: Spaar op creatieve manieren

Ik ben zelf niet de beste als het gaat om sparen. Geld dat op mijn rekening staat, geef ik graag zo snel mogelijk uit aan leuke dingen. Maar tegelijk wil ik ook sparen voor de toekomst, of voor grotere uitgaves zoals een verre reis of een luxe vakantie. Om toch geld te sparen, heb ik een hoop verschillende spaarpotjes waar iedere maand automatisch geld naartoe gaat. Zodra het in het spaarpotje zit, kom ik er niet meer aan. Daarnaast spaar ik ook digitaal koopzegels bij de supermarkt. Na het scannen van mijn bonuskaart koop ik automatisch zegels die vanzelf in de Albert Heijn-app verschijnen. Zo spaar je geld, mét rente, zonder dat je het eigenlijk in de gate hebt!

Als laatste tip wil ik jullie meegeven om vooral open te zijn over geld, en aan de bel te trekken op het moment dat je misschien in de knoei komt. Veel geldproblemen kunnen voorkomen worden door er op tijd over te praten. En ik ben natuurlijk erg benieuwd hoe jullie met geld omgaan en wat jouw favoriete budget-tip is. Laat het vooral weten in een reactie!

Read more

Omgaan met body positivity

Op sociale media zie je vaak niets anders dan modellen en influencers met prachtige lichamen en perfect opgemaakte gezichten. Het is af en toe knap lastig om jezelf te blijven waarderen wanneer je continu het perfecte plaatje voorbij ziet komen. Kan jouw zelfbeeld ook een boost gebruiken? In deze blog geef ik je een aantal tips over hoe je op een positievere manier naar jezelf kunt kijken!

Als het gaat om body positivity zijn er een aantal spreuken die mij enorm helpen: kleine reminders waardoor je toch weer op een andere manier in de spiegel kijkt wanneer je je even onzeker voelt. Op sociale media zien we vooral het perfecte plaatje voorbijkomen, daarom is het enorm belangrijk om te onthouden dat dit vaak geen afspiegeling van de realiteit is. Don’t compare your life to someone else’s highlight reel! Vergelijk je eigen dagelijkse leven niet met de hoogtepunten van iemand anders. Gelukkig is er langzamerhand een kleine online-cultuurverandering gaande: mensen delen steeds vaker naast hun successen ook hun tegenslagen. Want ja: ook modellen en influencers hebben wel eens te maken met teleurstellingen en dieptepunten.

Volg jezelf gelukkig

Een tweede tip omtrent social media: ontvolg mensen wanneer je merkt dat je ongelukkig wordt van hun content en volg in plaats daarvan mensen die jou echt inspireren en die bijvoorbeeld qua uiterlijk meer op jou lijken. Het is ontzettend vermoeiend wanneer je feed vol staat met een bepaald ideaalbeeld en jij jezelf daar alleen maar mee blijft vergelijken. Door de body positivitymovement zijn plus- en midsize modellen bijvoorbeeld steeds meer aanwezig in het online landschap. Doe daar je voordeel mee en breid je feed uit met verschillende lichaamstypes. Een aantal fijne accounts om te volgen zijn het activistische platform @feminist en het Australische lingerielabel @hara_thelabel.

Verleg je focus

Een andere oefening die ik graag doe wanneer ik me wat meer onzeker voel over mijn lichaam, is een lijstje maken van alles wat ik wél mooi vind, in plaats van te focussen op de dingen die ik liever anders zou zien. Dit is best lastig, vooral omdat onze generatie nogal geconditioneerd is om negatief over onszelf te denken. Iemand die zelfverzekerd is en zichzelf mooi vindt, vinden we als maatschappij al snel arrogant. En dat is natuurlijk nergens voor nodig! Kijk daarom eens een keer niet naar je wallen, je pluizige haar of je buikje, maar noem de dingen op waar je wel trots op bent. Dit kan van alles zijn: al zijn het je oren, je vingers of je knieën. Als je nog een stapje verder wil gaan: bedenk dan wat jouw lichaam, waar je qua uiterlijk soms niet helemaal tevreden over bent, allemaal voor jou doet. Zonder je lichaam zou je niet kunnen dansen, fietsen, in de zon kunnen lopen, van lekker eten kunnen genieten of kunnen schaterlachen. Ben dankbaar voor alles wat mogelijk is dankzij jouw lichaam!

I like my mind more than I like my face

Ten slotte misschien wel mijn favoriete tip: ga voor jezelf eens na wat een mens in jouw ogen nou echt speciaal maakt. Waardoor is iemand leuk om mee om te gaan of om in de buurt te hebben? Diens uiterlijk heeft daar vaak weinig mee te maken. Waarschijnlijk heeft iemands uiterlijk nog nooit een belangrijke impact gehad op je leven. Heb je bijvoorbeeld ooit gedacht: ‘Wow, hij/zij heeft echt mijn leven veranderd omdat hij/zij knap en slank is’? Op een van mijn favoriete T-shirts staat de tekst: I like my mind more than I like my face. Op momenten dat je je even ontevreden voelt over je uiterlijk, onthoud dan dat jouw ideeën, jouw persoonlijkheid en jouw creativiteit veel belangrijker zijn dan je uiterlijk. Als body positivity even niet lukt, streef dan naar body neutrality en besef dat je geest veel noemenswaardiger is dan je lichaam ooit zal zijn!

Hoe ga jij met body positivity en onzekerheid om?

Read more

Omgaan met patronen doorbreken en opbouwen

Heb jij aan het begin van het jaar goede voornemens gemaakt? Als je nu de balans opmaakt, hoeveel is ervan terechtgekomen? Als het gaat om oude patronen doorbreken en nieuwe patronen opbouwen, onthoud dan vooral: balance is key! Het kan lastig zijn om je eigen grens te bepalen en gezonde patronen in stand te houden. In deze blog geef ik je een aantal tips die je helpen om oude, ongezonde gewoontes achter je te laten en nieuwe patronen op te bouwen.

Verandering gaat om herkennen en erkennen. Halsoverkop jezelf iets af- of aanleren is, helaas, gedoemd om te mislukken. Wat juist goed werkt is een schema bijhouden waarin je noteert wat je graag zou willen veranderen. Stel dat je een ongezond eetpatroon hebt, omdat je bijvoorbeeld vaak pas op z’n vroegst om 12 uur ’s middags eet en daarna niks meer tot het avondeten. Ga dan voor jezelf na: is dat iedere dag het geval? Houd een week lang bij op welke tijdstippen je wat eet zodat je inzicht krijgt in je eigen eetpatroon. Als je die kennis hebt, is het ook makkelijker om er verandering in te brengen. Hetzelfde werkt ook wanneer je je slaapritme wil veranderen. Wist je trouwens dat je eet- en slaapritme heel nauw met elkaar verbonden zijn? Wanneer je altijd laat ontbijt, heeft je lichaam later op de avond of ’s nachts ook vaker nog behoefte aan eten. En omdat je lichaam daarna nog bezig is dit te verwerken, val je pas later in slaap. Een eetritme dat vroeg op de dag begint zorgt daarom ook indirect voor een betere nachtrust!

Wanneer je voor jezelf duidelijk hebt hoe jouw eet- of slaapritme er precies uitziet, kun je gaan nadenken over waarom dit het geval is. Lig je vaak te piekeren in bed? Of zit je vaak tot ’s nachts aan (school)werk omdat je dingen uitstelt? Probeer achter de oorzaak van de patronen te komen die je wil verbreken.

Tijd voor nieuwe gewoontes

Als je in kaart hebt gebracht wat je wil gaan veranderen en waarom, is het tijd om deze oude patronen te verbreken en nieuwe, gezonde patronen op te bouwen. Maar waar begin je? Vooral als je veel dingen tegelijk wil veranderen, kan het soms aanvoelen als een (veel te) grote klus. Ik wil zelf altijd het liefst alles in één keer veranderen, maar dat is een onrealistisch doel. Daarom werk ik er stapje voor stapje naartoe. Ik wil bijvoorbeeld iedere dag én minimaal acht uur slapen, én drie taken van m’n to-do lijst af kunnen strepen en ook nog drie keer per dag op dezelfde tijdstippen eten. Dat lukt natuurlijk niet allemaal in één keer. Daarom begin ik met de eerste stap: acht uur slaap. Ik probeer om 23:00 uur te gaan slapen en om 7:00 uur op te staan. Lukt dit niet? Dan onderzoek ik waarom: ben ik ’s avonds nog te wakker, of in de ochtend juist te moe? Aan de hand hiervan kan ik aanpassingen maken en probeer ik dit nieuwe ritme een paar dagen vol te houden. Bij het aanleren van patronen is routine namelijk heel belangrijk. Wanneer ik merk dat dit patroon automatischer gaat, kan ik doorgaan naar de volgende stap. Onthoud vooral dat je doelen niet in steen geschreven zijn: onderzoek wat je grenzen zijn en pas je doelen aan wanneer nodig.

Luister goed naar je lichaam

Het is belangrijk dat je steeds maar aan een klein aantal doelen tegelijk werkt. Wees niet te enthousiast! Als iets wel meteen lukt, gun jezelf dan alsnog de tijd om je lichaam en geest eraan te laten wennen. Het kan zijn dat sommige dagen beter zijn dan anderen en het hoeft ook niet meteen te lukken. Probeer het gewoon opnieuw! Luister altijd goed naar je lichaam en pak je rust wanneer je die nodig hebt. Spreek bijvoorbeeld met jezelf af dat je twee keer per week mag afwijken van je doelen.

Ten slotte: keep your balance! Productiviteit kan verslavend zijn en dit kan ervoor zorgen dat je over je eigen grenzen heen gaat. Naast (school)werk is het heel belangrijk om genoeg tijd in te plannen voor jezelf. Dit kan door middel van een uitgebreide ochtend- of avondroutine, een meditatie of simpelweg door tijd in te plannen om iets leuks te doen. Ik ben heel benieuwd hoe jullie deze me-time invullen! Laat het vooral weten in een reactie!

Read more

Omgaan met overprikkeling

Het geluid van verkeer op straat, zonlicht dat je kamer binnen schijnt, pratende mensen in het openbaar vervoer en de geur van verse broodjes die je tegemoetkomt als je langs de bakker fietst. Het zijn allemaal prikkels (stukjes informatie die binnenkomen via onze zintuigen) die onze hersenen dagelijks moeten verwerken. Zonder dat je het zelf doorhebt, werken onze hersenen hard om ze te verwerken.

Bij sommige mensen gaat dit proces moeizaam of traag, zij kunnen daardoor sneller overprikkeld raken. Overprikkeling kan fysieke gevolgen hebben, zoals vermoeidheid, overgeven en hoofdpijn. Gelukkig kun je, zodra je weet dat je snel overprikkeld raakt, zelf actie ondernemen om het te voorkomen.

Hoe werkt prikkelverwerking?

Een ‘normaal’ brein verwerkt prikkels bijna onmiddellijk wanneer ze opgenomen worden door de zintuigen. De prikkels gaan door een filter die kijkt of het belangrijke of onbelangrijke informatie is. In een fractie van een seconde legt het brein een link met de informatie die al opgeslagen is in het geheugen.

Mijn brein werkt wat langzamer. Dat komt omdat mijn filter minder goed functioneert. Ik krijg net als iedereen prikkels binnen die verwerkt moeten worden, maar mijn filter kan niet meteen zeggen of de informatie belangrijk of onbelangrijk is. De prikkels stapelen zich op en mijn brein is ontzettend lang bezig om alles te verwerken. Wanneer ik overprikkeld ben, raak ik snel in paniek, moet ik huilen en kan ik me slecht concentreren.

Wanneer raak ik overprikkeld?

Zelf ben ik hooggevoelig: ik kan prikkels daarom moeilijk verwerken en raak snel overprikkeld. Ook mensen met een hersenaandoening en mensen die een autismespectrumstoornis hebben, raken sneller overprikkeld. Maar in principe kan iedereen last hebben van trage prikkelverwerking.

Of ik overprikkeld raak, heeft bij mij vooral te maken met of ik me mentaal heb kunnen voorbereiden op de situatie en de intensiteit en hoeveelheid van de prikkels. Bijvoorbeeld: wanneer iemand plotseling de muziek heel hard zet, kan ik spontaan gaan huilen omdat ik in paniek raak. Dit komt niet omdat ik niet tegen harde muziek kan, want ik ga ook op stap of naar festivals, en daar staat de muziek natuurlijk veel harder. Het komt omdat ik me niet heb kunnen voorbereiden op het geluid en mijn brein niet meteen kan reageren, waardoor ik in paniek raak.

Voor mij is het belangrijk dat ik gedurende een dag met extra prikkels op tijd een pauzemomentje neem, zodat mijn hersenen de prikkels rustig kunnen verwerken. Daarnaast heb ik nog een aantal andere tips die jou kunnen helpen wanneer je overprikkeld raakt:

Doe je ogen dicht en focus op één zintuig. Bijvoorbeeld ‘horen’: let op een specifieke stem wanneer je in een drukke ruimte met andere mensen bent. Of focus je op ‘voelen’: streel zachtjes met je ene hand over de ander. Je kunt ook al je zintuigen afgaan: noem in je hoofd vier dingen op die je op dat moment voelt, drie dingen die je hoort, twee dingen die je ruikt en één ding wat je proeft. Hierdoor verleg je de focus van de chaos in je hoofd naar het huidige moment.

Los een simpel sommetje op in je hoofd. Let hierbij op dat je de som niet te moeilijk maakt. Het is de bedoeling dat je blijft tellen, maar niet gefrustreerd raakt door het niet op te kunnen lossen.

Zorg voor een rustige activiteit na een drukke dag. Ik ga bijvoorbeeld borduren of breien. Hierbij hoef je niet veel na te denken, terwijl je wel afleiding hebt en bezig blijft. Vermijd TV kijken, spelletjes op je telefoon spelen of samenzijn met een groep in een drukkere omgeving. Probeer ook multitasken te vermijden. Dingen die juist wél goed zijn om te doen na een drukke dag vol prikkels zijn puzzelen, tekenen, schilderen, koken of in bad gaan.

Ik hoop dat ik je met deze tips een stukje op weg kan helpen in het omgaan met overprikkeling.

Wat doe jij zelf als je merkt dat je te veel prikkels moet verwerken? Laat je eigen tips achter in een reactie!

Disclaimer: het lezen en toepassen van de tips in deze blogserie is geen alternatief voor professionele hulp. Ik deel in deze blogs mijn eigen ervaringen en tips, dit kan voor iedereen anders uitpakken. Raadpleeg altijd een arts als je kampt met ernstige psychische problemen.

Read more

Omgaan met perfectionisme

Ben jij nooit tevreden? Kan het bij jou altijd beter, leuker of mooier? Waarschijnlijk is dat helemaal niet het geval, maar mensen die perfectionistisch zijn ingesteld, herkennen dit gevoel maar al te goed. De kers op de taart ontbreekt altijd en je kunt dingen moeilijk loslaten of trots zijn op je prestaties.

Perfectionisme is a bitch, daarom leg ik in deze blog uit hoe je ermee om kunt gaan. Want iedereen verdient het om trots te zijn op hun eigen prestaties!

Perfectionisme en uitstelgedrag

Iedereen stelt wel eens iets uit. Of het nou gaat om studeren, een belangrijke mail sturen of een nieuwe hobby uitproberen. Toch nog maar eerst de was doen, boodschappen halen of een kaart naar je oma sturen. Ineens staan er tien andere dingen op je to-do lijstje naast die ene klus waar je écht aan moet beginnen. Geloof het of niet, dit heeft veel met perfectionisme te maken. En ook een beetje met faalangst. Dat zit zo: iets níet doen, is nog altijd beter dan je best doen en falen. Je eeuwige uitstelgedrag betekent dus vaak dat je bang bent dat het niet lukt, of dat het eindproduct niet goed genoeg is.

Maak een concreet plan voor jezelf (met deadlines!) en stel jezelf de vraag: waarom vind ik het zo moeilijk om hieraan te beginnen? Ben ik bang dat het niet goed gaat? Relativeer je gevoelens en probeer jezelf van het tegendeel te overtuigen. En vooral: geef toe aan de gedachte dat je het spannend vindt om aan de klus te beginnen.

Deadlines, deadlines, deadlines

Je hebt eigenlijk weinig moeite om aan opdrachten te beginnen, jouw struikelpunt is juist dat je jouw eindproduct nog honderd keer aanpast omdat het perfect móet zijn. Herkenbaar? Dan zijn harde deadlines voor jezelf heel belangrijk. Ik werk zelf tijdens mijn studie met een 10-wekensysteem. Ik heb acht weken les en daarna twee weken tentamens. Bij week één maak ik mijn planning, tot en met het einde van week zeven. Alles wat ik tussendoor af heb, mag ik niet meer bekijken of wijzigen. Tot in week acht: dit is de week waarin ik van mezelf terug mag blikken op mijn proces en de puntjes op de i mag zetten. Zo voorkom je dat je aanpassingen blijft maken aan werk dat eigenlijk al af is.

Goed is goed genoeg!

Of je nou vaak dingen uitstelt omdat je bang bent dat het resultaat niet perfect is, of afgerond werk nog tig keer blijft aanpassen, het is belangrijk om het volgende te onthouden: goed is goed genoeg! Ik herhaal deze zin iedere ochtend tegen mezelf in de spiegel. Je kunt deze leus ook op een post-it schrijven en ophangen op een plek die je vaak ziet. Herinner jezelf eraan dat niks perfect hoeft te zijn: ‘gewoon’ goed is al goed genoeg!

Het is erg lastig om die gedachteverschuiving te maken. Het helpt om jezelf af te vragen: wat als de uitkomst niet perfect is? Wat is het ergste dat er kan gebeuren? Grote kans dat het antwoord iets is in de richting: het maakt niet uit. Ik schreef al eerder over een positieve draai geven aan deze manier van ‘wat als’-denken in mijn blog over angst, mocht je hier meer over willen lezen.

Heb jij ook wel eens last van perfectionisme? Hoe ga jij hiermee om? Laat het weten in een reactie, we kunnen allemaal van elkaar leren!

Veel liefs,

Tante Bellie

Disclaimer: het lezen en toepassen van de tips in deze blogserie is geen alternatief voor professionele hulp. Ik deel in deze blogs mijn eigen ervaringen en tips, dit kan voor iedereen anders uitpakken. Raadpleeg altijd een arts als je kampt met ernstige psychische problemen.

Read more

Omgaan met angst

Iedereen is wel eens angstig. Angst is een emotie die je helpt te reageren op gevaar. Denk maar eens aan hoogtevrees, vliegangst of bang zijn wanneer je alleen in het donker over straat moet lopen. Maar ook de lichte paniek die je ervaart wanneer je iets belangrijks bent vergeten, is een natuurlijke reactie op gevaar. Zo’n plotselinge en hevige angst duurt vaak niet lang en is hartstikke normaal!

Helaas kan deze ‘gezonde’ angst, die snel voorbij is, soms omslaan naar angst op momenten dat er helemaal geen dreigend gevaar is. Dit kan bijvoorbeeld komen door een nare ervaring, maar hoeft niet altijd een directe aanleiding te hebben. Zelf kamp ik ook met angst, met name tijdens het autorijden. Dit komt omdat ik in het verleden een keer ben uitgegleden op de snelweg door aquaplaning en ik ooit een ree heb aangereden die voor mijn auto sprong. Door deze gebeurtenissen zit ik soms angstig achter het stuur. Vooral als het regent vind ik het extra spannend om auto te rijden. Gelukkig heb ik een aantal tips om met jullie te delen die mij enorm helpen wanneer de angst me even te veel wordt. Deze tips kun je op allerlei verschillende situaties toepassen.

Het komt goed

Ten eerste: praat tegen jezelf wanneer de angst toeslaat. Blijf hardop een bepaald mantra herhalen tot het echt binnendringt. Ik zeg zelf bijvoorbeeld vaak: ‘ik rij prima, ik rij prima’ of ‘het komt goed, het komt goed’. Vermijd zinnen waar je je juist focust op de angst, zoals ‘het is niet eng’ of ‘de regen zorgt niet voor gevaar’. Op die manier blijf je in de angst hangen, terwijl het beter is om er een positieve draai aan te geven. Stel dat je angst ervaart omdat je het spannend vindt om een presentatie te geven, denk dan: ‘ik heb mijn presentatie goed geoefend’ of ‘ik weet inmiddels alles over dit onderwerp’ in plaats van bijvoorbeeld: ‘ik ben niet zenuwachtig’ of ‘het aantal mensen in het publiek valt wel mee’.

Rationaliseren kun je leren

Wanneer een bepaalde angst je lang bezighoudt en je dus ook meer tijd hebt om er iets aan te doen, probeer de angst dan te rationaliseren. Negen van de tien keer is jouw angst hartstikke irrationeel, alleen is het moeilijk om dat in the moment te beseffen. Ik ben zelf bijvoorbeeld vaak angstig als een vriend of vriendin te laat is voor een afspraak en ze hun telefoon niet opnemen. Mijn hersenen maken overuren en ik speel alle doemscenario’s af in mijn hoofd. Wat als hij of zij in gevaar is? Wat als er iets ergs gebeurd is? Mijn tip is om op deze momenten juist de meest positieve en rationale ‘wat als’-gevallen te bedenken. Met deze manier van omdenken vul je het tegenovergestelde van de angstige gedachte in. In plaats van ervan uit te gaan dat er iets ergs is gebeurd met je vriend of vriendin, probeer een positief scenario te creëren in je hoofd. Misschien heeft zijn of haar trein vertraging, staan ze in de file of zijn ze onderweg een bekende tegengekomen. Zo rationaliseer je de angstige gedachte door tegen jezelf te zeggen: als het negatief kan, kan het ook positief. Binnenkort lees je meer over hoe je om kan gaan met angstige gedachtes in de blogpost Omgaan met gedachtes.

Omarm je angst

Ten slotte: probeer je angst niet te vermijden! Het is een natuurlijke emotie die ervoor zorgt dat je lichaam adrenaline aanmaakt om te vluchten of strijden tegen het gevaar. Nu klinken vluchten en strijden misschien een beetje heftig in de situaties die ik in deze blog beschreven heb, maar de angst in je lichaam zorgt ervoor dat je hyperalert en scherp bent om zo problemen op te lossen. Wees bewust van het feit dat angst er in de eerste instantie is om je te helpen en omarm je angst. Zeg bijvoorbeeld hardop tegen jezelf dat het niet erg is dat je je angstig voelt, maar dat het ook niet de bedoeling is om er te lang in te blijven hangen. Het is prima dat je angst hebt, that’s it, that’s all.

Ervaar jij ook wel eens angst? Groot of klein? En hoe ga jij hiermee om? Laat het weten in een reactie, we kunnen allemaal van elkaar leren!

Veel liefs,

Tante Bellie

Disclaimer: het lezen en toepassen van de tips in deze blogserie is geen alternatief voor professionele hulp. Ik deel in deze blogs mijn eigen ervaringen en tips, dit kan voor iedereen anders uitpakken. Raadpleeg altijd een arts als je kampt met ernstige psychische problemen.

Read more